|
Genlias bevat gegevens uit de burgerlijke stand, doop-, trouw-
en begraafboeken en de memories van successie. Zie Wat
zit in Genlias?
voor een beschrijving van deze bronnen.
Naast deze bronnen zijn er nog diverse andere bronnen die geraadpleegd
kunnen worden bij het begin van het onderzoek: huwelijksbijlagen,
bevolkingsregisters, persoonskaarten en registers
van naamsaanneming.
Deze bronnen zitten niet in Genlias en dienen dus op andere manieren
geraadpleegd te worden, bijvoorbeeld door een bezoek te brengen
aan een archief.
Huwelijksbijlagen
Huwelijksaktes maken een belangrijk deel uit van
Genlias. Elke huwelijksakte heeft echter ook huwelijksbijlagen.
Dit zijn de bewijsstukken
die bruid en bruidegom moesten inleveren om te kunnen trouwen.
Zo moest het bruidspaar een afschrift van hun geboorteaktes inleveren,
de overlijdensaktes van eventuele overleden echtgenoten en moesten
de mannen bewijzen dat ze aan hun dienstplicht voldaan hadden.
De huwelijksbijlagen kunnen ook andere stukken bevatten: notariële
aktes van de ouders dat ze toestemming geven voor het huwelijk,
verklaringen van onvermogen waardoor het bruidspaar geen leges
hoefde te betalen, of overlijdensaktes van de ouders waardoor hun
toestemming niet nodig was.
In de begintijd van de burgerlijke
stand bevatten de huwelijksbijlagen soms ook de overlijdensaktes
van de grootouders indien beide ouders waren overleden. Hierdoor
zijn de huwelijksbijlagen een waardevolle bron van genealogische
informatie.
De huwelijksbijlagen zijn te vinden in de grotere gemeentearchieven
of in het rijksarchief van de betreffende provincie. In de meeste
archieven zijn ze op microfilm te raadplegen. Per plaats staan
ze geordend op huwelijksjaar en daarbinnen op aktenummer van de
huwelijksaktes. De plaats, het jaar en het aktenummer van de huwelijksakte
kunt u in Genlias opzoeken, waarmee u alle gegevens heeft om de
huwelijksbijlagen op te vragen.
Bevolkingsregister
De gegevens in Genlias zijn allemaal momentopnames die te maken
hebben met de geboorte, het huwelijk of het overlijden van mensen.
Het bevolkingsregister is daarentegen een doorlopende bron die
voor een bepaalde periode vastlegt wie op een bepaald adres woont.
Hier zijn dus hele gezinnen bij elkaar terug te vinden en is ook
te zien hoe de gezinssamenstelling in de loop van de tijd verandert
door geboortes, overlijdens of verhuizingen. Ook vertelt dit wat
over de omstandigheden waarin uw voorouders leefden: woonde hij
in de stad of op het platteland?
Het bevolkingsregister is in de meeste plaatsen ingevoerd rond
1850 en loopt tot 1938. De bevolkingsregisters zijn te raadplegen
in de lokale archieven, meestal in het gemeente- of streekarchief
waar de betreffende gemeente onder valt. Zie Archiefnet voor een
overzicht van websites van archieven in Nederland.
Persoonskaarten
In 1938 werd het bevolkingsregister vervangen door een persoonsgebonden
registratie: de persoonskaart. Iedere persoon kreeg zijn eigen
kaart die ook meeverhuisde met de persoon. Na het overlijden van
een persoon werden de gegevens van die kaart verwerkt en kwam die
na enige tijd terecht bij het Centraal Bureau voor Genealogie.
Met de invoering van de Gemeentelijke Basisadministratie is de
persoonskaart vervallen maar nog steeds worden de persoonsgegevens
van overleden personen doorgestuurd naar het Centraal Bureau voor
Genealogie in de vorm van persoonslijsten.
Doordat persoonskaarten betrekking hebben op de periode na 1938,
vormen ze een belangrijke bron voor recent onderzoek. Andere bronnen
zoals de aktes van de burgerlijke stand hebben een openbaarheidsbeperking
waardoor het onderzoek naar personen uit de twintigste eeuw lastig
kan zijn. De persoonskaarten kunnen helpen om die periode te overbruggen.
Voor persoonlijk gebruik kunnen tegen vergoeding uittreksels worden
besteld van persoonskaarten en persoonslijsten van overleden personen.
Zie de bestelinformatie van het Centraal Bureau voor Genealogie
voor meer informatie over persoonskaarten en het bestellen daarvan.
Registers van naamsaanneming
Bij de invoering van
de burgerlijke stand in 1811 werd iedereen verplicht om een vaste
achternaam aan te nemen. Wie geen achternaam
had, moest er een aannemen en hiervan een akte op laten maken.
Deze akte werd vastgelegd in een register van naamsaanneming.
Een akte bevat vaak de gegevens van het hele gezin: de naam van
het gezinshoofd, de namen en leeftijden van de kinderen, de oude
naam (indien van toepassing) en de nieuwe naam.
De manier van vastleggen
verschilt per regio. In sommige regio's
werden de namen van alle personen vastgelegd, terwijl in andere
regio's alleen de namen werden vastgelegd van degenen die
nog geen vaste achternaam hadden.
Van veel plaatsen zijn de registers
van naamsaanneming bewaard gebleven en te raadplegen in het rijksarchief
van de betreffende
provincie. Van Friesland en Overijssel zijn de gegevens ook via
internet te raadplegen.
Verdere mogelijkheden
Er zijn nog vele andere bronnen die geraadpleegd kunnen worden.
Denk bijvoorbeeld aan rechterlijke archieven, kerkelijke archieven
of belastingarchieven. In deze archieven kunt u meer te weten
komen over het leven dat uw voorouders leidden. Waren zij misschien
getuige
van een misdrijf, moesten ze voor de kerkenraad verschijnen wegens
aanhoudende dronkenschap of moesten ze belasting betalen voor
een schoorsteen in hun huis?
De meeste van deze bronnen zijn
alleen
in het archief te raadplegen en niet via internet.
|