Sla navigatie en menu over Sitemap E-mail
Genlias homepage
Home > Over Genlias > Deelnemende archiefinstellingen printversiePrint dit document
Huidige categorie: Over Genlias
 
Ambitie
Deelnemende archiefinstellingen
 
 

Nieuw-Nederland,
zoektips


Doop-, trouw- en begraafboeken zijn meestal producten van de kerkelijke administraties. In de meerderheid van de gevallen begint deze administratie in Nederland eind 16e of begin 17e eeuw. De registratie loopt uiteraard door ná de invoering van de Burgerlijke Stand in 1811 (in het overgrote deel van Nederland). Bij een daartoe strekkende wet van 1879 zijn deze kerkboeken opgevorderd als retroacta van de Burgerlijke Stand. Naast de kerkelijke registers zijn er trouwboeken van de burgerlijke overheid. Het was ook mogelijk om voor schout en schepenen te trouwen en soms zijn er registers bewaard gebleven van vergunningen om te mogen trouwen. Het spreekt bijna vanzelf dat daarvoor leges moesten worden betaald.
Het overgrote deel van het boven beschrevene geldt natuurlijk niet voor Nieuw-Nederland. Daar is geen sprake van de invoering van Burgerlijke Stand en de Nederlandse overheid had daar in 1879 allang geen zeggenschap meer. Wel zijn er fraaie, vrijwel ononderbroken doorlopende reeksen doop- en trouwboeken van de Collegiate Church van Manhattan bewaard gebleven die al beginnen in 1639 en eindigen in 1800 respectievelijk 1801. Beide series vertonen een klein hiaat in de periode van de Amerikaanse revolutie over de perioden 16-09-1776 tot 09-07-1780 en 12-11-1774 tot 01-07-1780. In de bronpublicatie van de doopboeken wordt verondersteld dat het doopboek over dat tijdvak verloren is gegaan, maar in het laatste doopboek voor het hiaat staat bij 16-09-1776 aangetekend “Gedoopt te Schralenburgh, de gemeente te New York verstroijd zijnde”, hetgeen op een heel andere oorzaak, waarschijnlijk oorlogshandelingen, duidt. Opvallend is ook dat beide hiaten nagenoeg op dezelfde dag eindigen. Bij de dopen is er daarna sprake van een inhaaleffect. Er worden betrekkelijk veel kinderen gedoopt die één of enkele jaren oud zijn en waarvan de doop kennelijk is uitgesteld tot betere tijden.
De andere kerken op Manhattan moesten ter registratie van de dopen en huwelijken lijsten met hun akten inleveren bij de centrale kerk. Daar werden de akten dan samen met de andere dopen en huwelijken te boek gesteld. Soms ging dat fout en staan bijvoorbeeld dopen op een verkeerde plaats met een verwijzing naar de goede plaats, waardoor we van deze praktijk op de hoogte zijn.
Bij de opheffing van de kapel op het landgoed van Stuyvesant in 1664 werden de doopaantekeningen uit de kapel overgebracht naar de hoofdkerk om daar in het register te worden overgeschreven.

Een aantal zaken moet bij de raadpleging van deze akten in acht worden genomen:

  1. Er was nog geen sprake van een officieel vastgestelde spelling en namen werden dan ook vaak op het gehoor, fonetisch, opgeschreven. Daarbij dient te worden bedacht dat een Engelssprekende Nederlandse namen op zijn manier zal opschrijven, wat natuurlijk ook geldt ten aanzien van een Nederlandssprekende met Engelse of anderstalige namen.
  2. De vorming van vaste familienamen was in die tijd nog volop aan de gang. Een familienaam bestaande uit een geografische aanduiding of een beroep kan duiden op een plaatsaanduiding of een beroep dan wel op een echte familienaam. Het blijft dus altijd opletten of iemand Bakker heet of bakker is, of hij/zij uit Rijswijk komt of “van Rijswijk” heet. Datzelfde geldt min of meer voor patroniemen. Soms zijn het echte patroniemen en soms zijn het al familienamen. Als een persoon geen achternaam heeft, neemt een eventueel patroniem die functie in ons systeem over en komt dus in de kolom met familienamen te staan.
  3. In het Engels is de Nederlandse “ij” onbekend. Naarmate de kolonie Engelstaliger werd, bestond de neiging de “ij” te vervangen door een “y”. Zo kon het gebeuren dat het Latijnse woord “obiit”, in het Nederlands geschreven als “obijt”, want een “ij” is van oorsprong eigenlijk een dubbele “i”, in het Engels werd vervormd tot “obyt” waarvan de relatie met het oorspronkelijke woord niet onmiddellijk meer duidelijk is.
  4. In sommige talen, zoals Frans, Engels en Amerikaans worden de tussenvoegsels en de familienaam aan elkaar geschreven. Zo wordt in die talen van den Berg tot Vandenberg of soms ook VandenBerg. Aangezien deze tussenvoegsels deel uitmaken van het Nederlandse naamsysteem, is er naar gestreefd deze te handhaven en in voorkomende gevallen de Amerikaanse ontwikkeling terug te draaien, waardoor Vandenberg weer van den Berg werd.
  5. In de transcriptie van allerlei namen kwam regelmatig het voorvoegsel “Ver” voor. Nu bestond dat woord wel in het Middelnederlands in de betekenis van “vrouw”, maar in de 17e eeuw was die betekenis al nagenoeg vergeten. Waarschijnlijk is in het origineel een paleografische “Ver” afkorting gebruikt, die door de transcribent los van de rest van de naam is gezet. Zo ontstonden namen als Ver Weij en Ver Duijn, terwijl dat eigenlijk Verweij en Verduijn moet zijn. In voorkomende gevallen is deze oplossing teruggedraaid en is Ver Duijn vervangen door Verduijn.
  6. De plaatsnamen zijn waar dat mogelijk was gemoderniseerd en soms voorzien van een landaanduiding om het de onderzoeker makkelijker te maken zijn onderzoek naar verdere voorouders voort te zetten. In een aantal gevallen was dat echter niet mogelijk. Soms omdat de naam niet tot een moderne vorm kon worden herleid, soms omdat een plaats meer keren op aarde voorkomt en in de bron zonder nadere aanduiding werd vermeld. Zo ligt er een Middelburg in de kolonie, maar komt deze plaatsnaam ook in Zeeland, Zuid-Holland en Vlaanderen voor.

top

 

Zie de afzonderlijke pagina's voor meer informatie over de regio's in Noord-Amerika:

  


Copyright © Genlias. Alle rechten voorbehouden. Disclaimer. Privacy.